Ingeschreven paarden in de Trotting Classics Tour 2026-2028
Klik hieronder voor de (op 29 januari 2026) nog ingeschreven paarden in de TCT 2026-2028. Het document wordt in een nieuw scherm geopend.
Klik hieronder voor de (op 29 januari 2026) nog ingeschreven paarden in de TCT 2026-2028. Het document wordt in een nieuw scherm geopend.
Wolvega, zaterdag 7 februari
Aanpassing uitschrijving 3e en 5e koers (Finale RBC Special I en II)
Naast de gekwalificeerde paarden kunnen de startvelden van de finales aangevuld vullen worden (tot maximaal 12 paarden) met paarden die zich in eerste instantie niet gekwalificeerd hebben, op volgorde van klassering met voorrang voor paarden met de meeste RBC-punten.
Aangepaste verdeling prijzengeld: Dotering € 5.500 euro (2.000 – 1.000 – 650 – 350 – 250 – 150 – 6×100 en 10% fokpremie)
Gekwalificeerde paarden voor de Finale RBC Special I
Reservepaarden (gestart in één van de series maar niet geplaatst):
3e Olwina Meerswal: 14 RBC-punten
3e Ottey Ris: 11 RBC-punten
3e Oakley Vrijthout: 7 RBC-punten
4e Paulo Greenwood: 8 RBC-punten
4e Onse Cavallo: 5 RBC-punten
4e Nance BB: 4 RBC-punten
5e Nitro Greenwood: 4 RBC-punten
5e Popping Renka: 3 RBC-punten
5e Pandora Flevo: 3 RBC-punten
6e Owen Swagerman: 14 RBC-punten
6e Mea Fantasy: 10 RBC-punten
6e Megan Trottatore: 7 RBC-punten
6e Maestro DF: 5 RBC-punten
7e Nanmara Supreme: 9 RBC-punten
7e Janero des Monts: 11 RBC-punten
8e Pip Bianco: 13 RBC-punten
8e First Equos Jet: 3 RBC-punten
Galop Khol Smart: 5 RBC-punten
Gekwalificeerde paarden voor de Finale RBC Special II
Reservepaarden (gestart in één van de series maar niet geplaatst):
3e Megan Trottatore: 7 RBC-punten
3e Nance BB: 4 RBC-punten
4e Jor di Grou: 15 RBC-punten
4e Nanmara Supreme: 9 RBC-punten
4e Navarone Meadow: 4 RBC-punten
5e Inflation: 17 RBC-punten
6e Mea Fantasy: 10 RBC-punten
6e Madame Dream: 9 RBC-punten
6e Memory de Legume: 5 RBC-punten
8e Newsunshine: 4 RBC-punten
9e Mozart Boko: 5 RBC-punten
Galop Joan Collins: 13 RBC-punten
Galop Janero des Monts: 11 RBC-punten
Alle hengsten die in 2026 voor de dekdienst op Nederlands grondgebied zullen worden ingezet dienen te worden aangemeld voordat een dekboek kan worden afgegeven.
Dit geldt voor zowel de hengsten die live ter dekking staan als voor gebruik van de invoer van sperma van in het buitenland gestationeerd en goedgekeurde hengsten.
Let op: van hengsten die gebruikt worden d.m.v. de invoer van sperma, dient de hengstenhouder een keuringsrapport van het land waaruit de sperma afkomstig is, op te vragen. Dit rapport moet op verzoek kunnen worden overlegd.
Klik hieronder voor het formulier om de hengsten aan te geven. Het document wordt in een nieuw scherm geopend:
Wolvega, zaterdag 31 januari
5e koers, Winsomklasse tot € 30.000; Vanwege onvoldoende vooraangiftes vervalt de bepaling voor amateurrijders (m/v).
Er zijn al verschillende meldingen ontvangen van controles op diverse stallen door de NVWA Al uw paarden, die langer dan 30 dagen gestald staan, moeten worden geregistreerd op het UBN-nummer van hun locatie in de nationale database van het RVO.
De vooraangifte voor de meeting van Wolvega, zaterdag 24 januari is opengesteld tot dinsdagochtend 20 januari tot 9.00 uur.
Aanpassing uitschrijving 3e en 5e koers, RBC Special I en II (3)
(3) Voor paarden met minimaal 3 RBC punten. Paarden zonder overwinning krijgen laagste startnummers. De eerste 2 aankomende, zonder startbewijs, zijn startgerechtigd in de finale van 7 februari 2026. (g.l.s.)
Hierbij vervalt de bepaling van maximaal 2 overwinningen sinds 01.01.25.
De Sectorraad Paarden monitort sinds 2019 structureel hoe Nederlanders kijken naar het houden van paarden en het gebruik van paarden in sport, therapie en andere maatschappelijke functies. De resultaten van het onderzoek uit 2025 laten een duidelijk beeld zien: de sector kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. Nederlanders zijn overwegend positief, geïnteresseerd en nieuwsgierig, mits zichtbaar wordt gemaakt hoe goed paardenwelzijn wordt geborgd. Het geeft vertrouwen dat de inzet van de sector op openheid en voorlichting zijn vruchten begint af te werpen.
Breed draagvlak, voorwaarde: goed paardenwelzijn zichtbaar geborgd
Het grootste deel van Nederland staat positief tegenover het houden en berijden van paarden. Ook functionele inzet, zoals maneges, therapie en politie, wordt breed geaccepteerd. Paardensport en shows worden in meerderheid eveneens gesteund, maar wel meer conditioneel dan voorheen: men vindt het prima, mits het goed gebeurt. Dat is een belangrijke nuance en een kans. De maatschappelijke acceptatie is er, en groeit, zolang de sector duidelijk laat zien wat “goed” is.
Ervaring maakt mensen zowel positiever als kritischer
Het onderzoek laat zien dat persoonlijke ervaring met paarden een belangrijke factor is in hoe mensen naar de sector kijken. Mensen met paardenervaring voelen zich goed geïnformeerd en hebben een duidelijke mening. Zij zijn doorgaans positief over de inzet van paarden, óók in sport en zijn actief in het zoeken en delen van informatie. Maar deze mensen zijn ook meer bereid om misstanden te melden en zijn vaker voorstander van heldere, eenduidige regels. Deze groep is daarmee zowel een bondgenoot als een bewaker van paardensector.
Mensen zonder ervaring met paardenantwoorden veel vaker neutraal. Zij voelen zich onvoldoende geïnformeerd en komen minder snel in actie. Opvallend vaak zijn zij geïnteresseerd in kennismaking met paarden en de sector. Deze groep vormt geen kritische tegenkracht, maar een groep, die openstaat voor uitleg, transparantie en ontmoeting.
Stad versus platteland: afstand bepaalt inzicht
De woonomgeving speelt eveneens een rol in de beeldvorming. In steden is de paardenervaring het laagst, wat leidt tot meer neutrale of normatief-strengere antwoorden en een sterkere roep om regels en toezicht. In dorpen bestaat een gematigd beeld: mensen hebben vaker indirect contact met paarden en combineren begrip voor welzijnsnormen met realistische verwachtingen. In het buitengebied is de kennis en ervaring het grootst en heerst veel vertrouwen in de bestaande omgangsvormen met paarden. Hierdoor wordt de maatschappelijke dialoog over paardenwelzijn niet alleen bepaald door mensen die voor of tegen zijn, maar vooral door verschillen in ervaring met en nabijheid in de dagelijkse praktijk.
Vergelijking met 2019 en 2022: duidelijke positieve trend
Ondanks verschillen in steekproef en vraagstelling zijn duidelijke en opvallend positieve trends zichtbaar. In de onderzoeken van 2019 en 2022 werd deelnemers rechtstreeks gevraagd of er in Nederland draagvlak is voor het houden van paarden. In 2025 is de vraagstelling verfijnd en meer voorwaardelijk gemaakt, met de stelling: “Ik vind dat paarden, zolang er goed voor ze wordt gezorgd, door mensen mogen worden gehouden.” Met inachtneming de verschillen is in 2025 ten opzichte van 2019 en 2022 het draagvlak voor het houden en berijden van paarden sterk gegroeid. Zo is de neutrale groep op het vlak van houden van paarden is afgenomen van 35% in 2019 en 39% in 2022 naar 12% in 2025. En is er een groei te zien bij de groep die het (helemaal) eens is met de stelling, van 62% in 2019 en 57% in 2022 naar 87% in 2025.

Ook de acceptatie van de therapeutische inzet van paarden laat een duidelijke stijging zien. In 2022 was de neutrale groep nog 27% en de (helemaal) mee eens groep 68%. In 2025 is de neutrale groep afgenomen naar 14% en zien we een stijging bij de (helemaal) mee eens groep van 83%. Kortom de neutrale groep is kleiner geworden en meer mensen spreken zich uit en doen dat positiever dan voorheen.

De trend past bij de inzet van de sector sinds 2019 vanuit de werkgroep Publieke Opinie. Zij monitoren structureel het sentiment over de paardensector in de samenleving, zetten in op verbetering van communicatie én werken sinds 2024 aan de publiekscampagne #ditdoenpaarden die mogelijk gemaakt wordt door het Hippisch Sectorfonds. De toegenomen zichtbaarheid van positieve praktijkvoorbeelden lijkt aan te slaan. Dat sluit ook aan bij een opvallend detail uit het onderzoek 2025: één op de drie Nederlanders zonder paardenervaring komt toch informatie over paarden tegen, zonder er actief naar te zoeken. De sector is dus zichtbaar, ook buiten de eigen doelgroep.
Een positief fundament, met ruimte voor verdere versterking
De Nederlandse samenleving staat positief tegenover de paardensector. Er is groeiend vertrouwen, waardering en interesse. De aandachtspunten zitten vooral in het verder versterken en zichtbare borging van paardenwelzijn.
Met gerichte communicatie, transparantie en het uitnodigen van het brede publiek om de praktijk te leren kennen, blijft het draagvlak stevig en toekomstbestendig. Als sector staan we er goed op én blijven we samen werken aan nóg beter.
In 2026 volgt een verdieping op de resultaten van het onderzoek. De werkgroep Publieke Opinie nodigt iedereen uit om vragen of thema’s aan te dragen die extra aandacht verdienen.
Lees hier de resultaten van het onderzoek publieke opinie 2025: https://sectorraadpaarden.nl/wp-content/uploads/2025/12/Rapportage-publieke-opinie-paardensector-2025-Sectorraad-Paarden.pdf
Wolvega, zaterdag 31 december
7e koers; Sylvestre Cup.
2600 meter, Bandenstart (g.l.s) Winsom tot € 60.000
Tweede band opengesteld voor paarden die laatste 5 starts niet wisten te winnen.
De wijziging is dat er geen leerlingontheffing is t.o.v. publicatie in het Drafprogramma December
Klik hieronder voor de koerskalender 2026. Het document wordt in een nieuw scherm geopend:
Klik hieronder voor de kalender voor de Klassiekers en de Belangrijke Draverijen in 2026. Het document wordt in een nieuw scherm geopend: