FAQ

1 De Vereniging Nederlandse Draf- en Rensport
2 DRAVERS EN VOLBLOEDS
2.1 Dravers en Volbloed algemeen
2.1.1 Wat is draven?
2.1.2 Wat is galop?
2.1.3 Wat is een harddraver?
2.1.4 Wat is het verschil tussen dravers en renpaarden?
2.1.5 Wat is een Volbloed?
2.1.6 Wat is een Arabische Volbloed?
2.1.7 Wat is de betekenis van de volbloed voor andere rassen?
2.1.8 Uitdrukkingen en namen in de paardenwereld
2.1.9 Hoe geef je aan dat je een paard wilt kopen en/of wilt trainen en/of wilt rijden?
2.1.10 Kan iedereen eigenaar worden?
2.1.11 Kan iedereen een paard rijden?
2.1.12 Hoe kom ik in het bezit van een paard?
2.1.13 Wat doet een fokker?
2.1.14 Wat is een fokpremie?
2.1.15 De identificatie van dravers en volbloeds
2.1.16 Doping
3 DE DRAFSPORT
3.1 DE HARDDRAVER
3.1.1 Hoe snel is een harddraver?
3.1.2 Wat zijn de records?
3.2 DE DEELNEMERS
3.2.1 Als ik eigenaar ben van een draver mag ik het dan zelf rijden in wedstrijden?
3.2.2 De professionals
3.2.3 De amateurs
3.2.4 Hoe oud moet ik zijn voor een rijvergunning?
3.2.5 Waarom deze zware eisen?
3.2.6 Maakt het gewicht van een rijder iets uit?
3.2.7 Waarom staan rijders er zo “gekleurd” op?
3.2.8 Is het rijden van een draver gevaarlijk?
3.3 DE WEDSTRIJDEN
3.3.1 Wat zijn langebaandraverijen?
3.3.2 Wat zijn kortebaandraverijen?
3.3.3 Wat voor soort langebaandraverijen bestaan er?
3.3.4 Waar worden de langebaandraverijen verreden?
3.3.5 Vanaf welke leeftijd mag een draver deelnemen aan wedstrijden?
3.3.6 Tot welke leeftijd mag een draver blijven koersen?
3.3.7 Hoe dikwijls kan een draver in een wedstrijd starten?
3.3.8 Hoe worden bij de draverijen de paarden in verschillende niveaus verdeeld?
3.3.9 Wat is een bandenstart?
3.3.10 Wat is een autostart?
3.3.11 Hoe worden de posities aan de start bij een autostart bepaald?
3.3.12 Maakt de positie aan de start veel uit?
3.3.13 De starter
3.3.14 Wanneer wordt een start vals verklaard?
3.3.15 Wat is een fout?
3.3.16 Waardoor gaat het paard wel eens in de fout?
3.3.17 Is een fout geoorloofd?
3.3.18 Wat is hinderen?
3.3.19 Kan een paard worden teruggesteld?
3.3.20 De straffen
3.3.21 Uit welke personen bestaat het draverij- comité en wat is hun taak?
3.3.22 Wie bepaalt de aankomst van de paarden?
3.4 DE TACTIEK
3.4.1 De tactiek in de koers
3.4.2 Kan een rijder met een relatief langzaam paard kans maken op de overwinning?
3.4.3 Kan een rijder een koers plannen?
3.5 DE BENODIGDHEDEN
3.5.1 Een sulky
3.5.2 Wat is de functie van een zweep?
3.5.3 Wat zijn en waarvoor dienen de leren stukken aan de benen?
3.6 DE KOSTEN
3.6.1 Wat zijn de kosten om in de drafsport actief te zijn?
4 DE RENSPORT
4.1 DE DEELNEMERS
4.1.1 Als ik eigenaar ben van een paard mag ik het dan zelf rijden in wedstrijden?
4.1.2 Professionals
4.1.3 Amateur of amatrice
4.2 DE WEDSTRIJDEN
4.2.1 Welke soorten rennen zijn er?
4.2.2 Wat voor soorten vlakkebaanrennen bestaan er?
4.2.3 De gewichtsbepalingen
4.2.4 Welke rol speelt het gewicht van de jockey?
4.2.5 De jockey
4.2.6 Het wegen
4.2.7 Wat gebeurt er na het uitwegen?
4.2.8 Hoe worden rennen gestart?
4.2.9 De ren
4.2.10 Wat is de hurkzit?
4.2.11 De kleuren en de kleding
4.2.12 Wat is er zo mooi aan een ren?
4.2.13 Het gedrag tijdens de ren
4.2.14 Wie houdt toezicht op de regels?
4.2.15 Zijn de tijden van de rennen belangrijk?
4.2.16 Hoeveel keer kan een volbloed starten?
4.2.17 Wat is de prikkel om te winnen?
4.2.18 Gesloten seizoen?
4.3 DE KOSTEN
4.3.1 Wat kost het om in de rensport actief te zijn?
5 DE BANEN
6 CHAMPIONS
6.1 Wedden
6.1.1 Wat is Champions?
6.1.2 Het wedden
6.1.3 Waar kan ik een weddenschap afsluiten?
6.1.4 Een weddenschap, maar op welk paard?
6.1.5 De côte
6.1.6 Hoe worden de cotes berekend?
6.1.7 Kunnen de cotes en voorbeschouwingen van invloed zijn op het verloop van de koers?
6.1.8 Wat voor spelsoorten zijn er?
6.1.9 Hoe sluit ik een weddenschap af?
6.1.10 Is er kans op winst?



1 De Vereniging Nederlandse Draf- en Rensport

De vereniging Nederlandse Draf- en Rensport (NDR) is simpel gezegd, wat de KNVB is voor de voetbalsport. De NDR stelt de koersagenda op, bepaalt de spelregels en houdt toezicht op de naleving ervan. Een andere belangrijke taak is het bijhouden van het Draver- en Volbloedstamboek. Dit stamboek kunt u zien als het geboorteregister van de draf- en renpaarden. De NDR vervult daarmee in feite de functie van burgerlijke stand. Kort samengevat komt het er op neer dat sport, fokkerij, tuchtrechtspraak en financieel beheer bij de NDR onder één dak zijn samengebracht.
.
Wilt u meer weten over de NDR dan kunt terecht op deze website. Ook kunt u natuurlijk telefonisch contact opnemen met het hoofdkantoor van de NDR, telefoonnummer: 070-3047120

inhoudsopgave
2 DRAVERS EN VOLBLOEDS

2.1 Dravers en Volbloed algemeen
2.1.1 Wat is draven?

Draven is een speciale gang waarbij de benen diagonaalsgewijze worden verplaatst. Dit betekent dat wanneer het rechtervoorbeen naar voren wordt verplaatst, tegelijkertijd het linkerachterbeen naar voren wordt bewogen enz. De aanleg voor het draven wordt bij harddravers, door een langdurige en intensieve selectie, steeds beter.


2.1.2 Wat is galop?

De galop is de manier van gaan van een volbloed. Het is de meest snelle en meest natuurlijke gang van een paard. De galop wordt gekenmerkt door z’n grote zweefmomenten waarbij de volbloed met geen van zijn benen op de grond steunt. Het lijkt op een wirwar van benen, maar er zit wel degelijk een patroon in. De benen worden echter zo snel verplaatst dat deze bewegingen nauwelijks of niet met het blote oog zijn waar te nemen.


2.1.3 Wat is een harddraver?

Een harddraver is een speciaal voor de draverijen gefokt paardenras. Dit betekent dat een hengst/merrie alleen een harddraver kan zijn op het moment dat zijn/haar voorouders ook harddravers zijn geweest en daardoor dus geregistreerd staan in een erkend Stamboek Harddravers.
In ieder land waar de drafsport wordt beoefend, wordt net als van de mensen een “burgerlijke stand” bijgehouden. Generaties lang zijn de voorouders van het paard, alsook de prestaties, tijden, overwinningen en de fokresultaten in het stamboek te vinden. Van iedere draver worden alle gegevens tot aan zijn dood geregistreerd. Wanneer u op de drafbaan een draverij gaat bekijken dan moet u niet vreemd opkijken wanneer u paarden in de baan ziet waarvan generaties zijn terug te vinden tot ver voor 1900.


2.1.4 Wat is het verschil tussen dravers en renpaarden?

Het grootste verschil tussen dravers en renpaarden ligt in de wijze van voortbewegen over de baan. De draver moet, zoals het woord al zegt, draven en het renpaard moet galopperen. Voor de rennen wordt een tweetal rassen gebruikt namelijk de Engelse Volbloed (meestal Volbloed genoemd) en de Arabische Volbloed. Deze twee rassen hebben ieder hun eigen rennen. Doordat de draver, de Volbloed en de Arabische Volbloed drie totaal verschillende rassen zijn, is het uiterlijk van deze paarden ook heel verschillend.


2.1.5 Wat is een Volbloed?

Het Volbloedras is ontstaan door een kruising van het Engelse inheemse paard met een drietal Oosterse hengsten in de periode rond 1700. Deze drie Oosterse hengsten (waarschijnlijk Arabische Volbloeds), Beyerly Turk, Darley Arabian en Godolphin Arabian genaamd, zijn de grondleggers geweest van de Volbloed. Alle waar ook ter wereld geregistreerde Volbloeds stammen af van één van deze drie hengsten. Of het nu een hengst is die galoppeert in Japan, Australië of Amerika of in ons eigen kikkerlandje, ze stammen echt af van deze drie voorouders.


2.1.6 Wat is een Arabische Volbloed?

De Arabische Volbloed is ontstaan door een keiharde selectie in de woestijn door de Bedoeïnenstammen. De historie van dit ras gaat terug tot ver voor de christelijke jaartelling. Daarmee is de Arabische Volbloed het oudste gedomesticeerde paardenras.


2.1.7 Wat is de betekenis van de volbloed voor andere rassen?

Het volbloedras is heel belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de paardenrassen die gebruikt worden in de andere takken van paardensport. Merries die vroeger op het land werkten zijn namelijk vele jaren terug gedekt door volbloedpaarden. Door het kruisen van de sterke en grote paarden van het land en de volbloedpaarden is een ras ontstaan dat zeer geschikt is als spring- en/of dressuurpaard.


2.1.8 Uitdrukkingen en namen in de paardenwereld

In de mensenwereld kennen we het onderscheid tussen baby’s, jongens en meisjes, mannen en vrouwen. In de wereld van het paard is dit niet anders. Wanneer een paard is geboren is het een veulen. Op 1 januari is het een gezellige bedoening in de paardenwereld want dan viert ieder paard z’n verjaardag. Het tijdstip van geboorte speelt hierbij geen rol. Het veulen wordt dan jaarling genoemd.
Het geslacht van de paarden wordt onderscheiden in merrie, hengst en ruin. Zodra de merrie, ofwel het vrouwelijke paard, voor de fokkerij gebruikt wordt, wordt ze een fokmerrie genoemd. De stoeterij is de plaats waar dravers en/of volbloeds gefokt worden.
De hengst is de man in de wereld van het paard. Wanneer een paard als hengst is geboren, maar later gecastreerd wordt, spreken we over een ruin. Dit “ontsexen” gebeurt om lastige hengsten beter handelbaar en geschikter voor koersen te maken. In een aantal landen, waaronder Nederland, mogen de fokkers hun veulens niet zomaar een willekeurige naam geven. De naam mag namelijk hoogstens uit 16 lettertekens bestaan.
Tevens moet bij een draver de eerste letter van z’n naam de aanduiding zijn van het jaar van geboorte. Alle namen van dravers die in 2006 geboren worden, moeten beginnen met de letter Z.


2.1.9 Hoe geef je aan dat je een paard wilt kopen en/of wilt trainen en/of wilt rijden?

Op het moment dat u geïnteresseerd bent om in de draf- of rensport actief te zijn moet u zich via een aanmeldingsformulier aanmelden bij de NDR. U wordt dan geregistreerd in het “register van deelnemers”. Deelnemers kunnen zowel natuurlijke personen als rechtspersonen zijn.
Op het moment dat u een paard koopt, wordt dat paard op uw naam geregistreerd. Wanneer u een paard in training geeft met de bedoeling het aan draverijen (of aan rennen) te laten deelnemen, krijgt u de positie van daadwerkelijk deelnemer. Daarvoor is de toestemming van de NDR vereist nadat aan een aantal voorwaarden is voldaan.
Een van de voorwaarden is dat er een rekening-courant moet worden geopend wordt bij de NDR.. Deze werkt hetzelfde als een normale bankrekening en is er puur voor het gemak van de deelnemers. Alle kosten en baten worden namelijk automatisch van en op deze rekening-courant af- en bijgeschreven. Zo worden de kosten van de inschrijving voor een wedstrijd automatisch afgeschreven en het gewonnen prijzengeld automatisch bijgeschreven. Zo hoeft u niets te doen en worden alle geldzaken voor u geregeld.


2.1.10 Kan iedereen eigenaar worden?

In principe kan iedereen eigenaar worden van een draver en/of volbloed. Wanneer u uw paard in koersen wilt laten deelnemen, dient u echter wel 18 jaar of ouder te zijn. De aanschaf van een paard kost natuurlijk een duit maar het plezier wat je ervoor terug krijgt maakt alles goed.


2.1.11 Kan iedereen een paard rijden?

In principe kan iedereen een draver en/of volbloed rijden. In wedstrijden is dit echter niet mogelijk.


2.1.12 Hoe kom ik in het bezit van een paard?

Een paard kopen is niet al te moeilijk. Er zijn koopmogelijkheden te over. In de gehele wereld bestaan er tal van veilingen waar veel paarden worden aangeboden. Er is altijd een mogelijkheid om een trainer in te schakelen om een paard te kopen. Overigens hebben trainers vaak zelf ook enkele paarden in de verkoop. Men kan een paard zowel alleen als met een groep van personen kopen.


2.1.13 Wat doet een fokker?

Een fokker kan zowel dravers als volbloeds fokken. Hij is eigenaar van één of meer merries en laat die dekken door de hengst(en) van zijn keuze. De aanschaf van een bepaalde merrie, de selectie van de juiste hengst bij de goede merrie en het verzamelen van informatie over de te maken combinatie zijn van essentieel belang.


2.1.14 Wat is een fokpremie?

Wanneer u actief bent als fokker, dan kunt u fokpremies verdienen. In het kort komt het er op neer dat wanneer een paard een prijs wint, de fokker van dit paard automatisch 10% van de prijs op zijn rekening-courant bij de NDR krijgt bijgeschreven. Dit betekent dat wanneer een paard een prijs van €1000,- wint, de NDR deze prijs, volgens de juiste verdeelsleutel, betaalt aan de eigenaar, de trainer en de pikeur van het paard en dat daarnaast nog eens €100,- op de rekening-courant van de fokker wordt bijgeschreven. De NDR betaalt dan dus € 00,- ofwel 110% uit.


2.1.15 De identificatie van dravers en volbloeds

In de draf- en rensport wordt bij elk geboren veulen gecontroleerd of het veulen van een opgegeven hengst en merrie afstamt. In de rensport gebeurt dit aan de hand van bloedmonsters. Na de geboorte van het veulen gaat een veulencontroleur van de NDR naar de plaats waar het veulen staat. Daar neemt hij bloed af van het veulen. Vervolgens wordt er van het veulen een “signalementschets” gemaakt en wordt er aan de linkerkant van de hals een identificatietransponder ofwel een (micro)chip met een unieke code ingebracht. De chip heeft als doel om ieder draver of volbloed te kunnen identificeren wanneer dit nodig is. Deze chip is namelijk op ieder moment af te lezen door middel van een zogenoemde reader. De chip dient als aanvulling op het signalement van het paard.

Het signalement en het chipnummer worden in het computersysteem van de NDR verwerkt en in een laboratorium wordt bekeken of de bloedgroepen van het veulen overeenkomen met het bloedgroepenpatroon van zijn opgegeven ouders.

In de drafport wordt net als in de rensport gebruik gemaakt van identificatietransponders om de paarden op ieder gewenst moment te kunnen identificeren. Tevens wordt ook weer gecontroleerd of het veulen afstamt van zijn opgegeven ouders. Deze controle gebeurt echter niet door middel van een bloedonderzoek. Na de geboorte wordt een plukje haar afgenomen. In het laboratorium wordt vervolgens vanuit de haarwortel van het veulen het DNA bepaald waaruit de afstamming kan worden gecontroleerd.

Wanneer de resultaten van de DNA-onderzoeken terug komen bij de NDR wordt het veulen definitief opgenomen in het stamboek en krijgt de eigenaar een paspoort en een bewijs van inschrijving in het stamboek toegestuurd.


2.1.16 Doping

In de draf- en rensport wordt veel gecontroleerd op doping. Op de banen is altijd een dierenarts aanwezig om een oogje in het zeil te houden als het gaat om dopinggebruik. Steekproefsgewijs worden paarden na of soms voor de wedstrijden gecontroleerd op het gebruik van ongeoorloofde middelen. Ondanks de scherpe controle zijn er verhoudingsgewijs maar weinig paarden ooit positief bevonden. U kunt dus stellen dat de draf- en rensport twee “schone” sporten zijn.





inhoudsopgave
3 DE DRAFSPORT

GESCHIEDENIS DRAFSPORT

Het draven met paarden is al eeuwen oud, niet alleen in Europa, maar ook in Noord-Amerika, waar deze sport al vroeg door de kolonisten werd beoefend.
In Nederland zijn het vooral de jaarmarkten geweest, die de wedstrijden in het harddraven gestimuleerd hebben. De plaatselijke bestuurders vonden het een goed middel om meer volk en dus meer nering te trekken. Later namen de herbergiers de organisatie meestal voor hun rekening. Zij schreven wedstrijden uit waarbij de paarden telkens twee aan twee tegen elkaar draafden over een recht stuk weg van ongeveer 300 meter. Dit was het begin van de kortebaandraverijen, zoals we die heden ten dage nog steeds kennen.
Tijdens de wedstrijden werd er gestreden om prijs en premie, waarbij de prijzen meestal bestonden uit fraaie, vaak met zilver bewerkte, gebruiksvoorwerpen, zoals tabakspotten en theeserviezen etc. Voor de belangrijke draverijen werd een zilveren zweep als prijs beschikbaar gesteld. In 1554, zo vermelden oude bronnen, werd op de beroemde jaarmarkt van Valkenburg al gestreden om een zilveren zweep. Zo oud is de sport dus al.
Later werd er soms een gouden zweep als prijs uitgeloofd. Hierbij liet het Oranjehuis zich niet onbetuigd. Bekend is dat er in 1777 al zo’n zweep is uitgeloofd op een draverij in Leeuwarden.

De Hollandse Harddraver stond in de 16e, 17e en de 18e eeuw bekend als de harddraver van Europa. Deze stond bekend om een hele natuurlijke drafactie en was daarom zeer gewild in vele Europese landen.

Vroeger hield iedere plaats van enige betekenis eenmaal per jaar een kortebaandraverij. Het waren vooral de welgestelde landbouwers, kooplieden en fabrikanten, die het zich konden veroorloven een harddraver te houden. Omdat zadels nog niet bestonden werden de paarden onder een deken gereden.
Ook stijgbeugels bestonden nog niet. In tegenstelling tot de huidige tijd werden de kortebaandravers nog niet speciaal op snelheid gefokt. Bij toeval werd ontdekt dat een paard talent had voor het draven. Bij het naar de markt rijden bleek bijvoorbeeld dat men een paard had, dat harder reed dan de andere paarden. Was dat het geval dan werd wel eens het besluit genomen om aan een plaatselijke draverij deel te nemen. Wanneer dit een succes was, gingen veel paarden vaker of zelfs “fulltime” aan draverijen deelnemen. Zo veranderde een boerenpaard in een harddraver.

Tot de tweede helft van 19e eeuw zaten de rijders nog op het paard. Zo´n koers “onder de man” wordt een bereden draverij of monté-draverij genoemd. In Frankrijk zijn de bereden draverijen nog zeer populair en ook in de rest van Europa (waaronder Nederland) wint deze tak van harddraven de laatste jaren opnieuw aan belangstelling
In de tweede helft van de 19e eeuw werd van de bereden draverij veelal overgeschakeld op de aangespannen draverij. Bij de aangespannen draverij zit de pikeur achter het paard op een karretje en dus niet meer op het paard. Dit karretje wordt sulky genoemd.In de tweede helft van de 19e eeuw zijn ook de langebaandraverijen ontstaan. Het is bekend dat in 1844 de eerste langebaandraverijen georganiseerd werden. Ook is bekend dat in die tijd de eerste draf- en renbanen zijn aangelegd.
3.1 DE HARDDRAVER
3.1.1 Hoe snel is een harddraver?

De gemiddelde snelheid van de harddravers in een draverij is afhankelijk van de te draven afstand, de kwaliteit van de baan en natuurlijk de kwaliteit van de paarden. De gemiddelde snelheid van de dravers ligt normaal gesproken tussen de 45 en 50 kilometer per uur met topsnelheden die reiken tot 55 kilometer per uur. Aan snelheid dus geen gebrek.
Bij de wedstrijden wordt van ieder gestart paard de totaaltijd opgenomen en vervolgens omgerekend naar de gemiddelde kilometer-tijd. Heeft de draver voor het afleggen van 2000 meter bijvoorbeeld 2 minuten en 32,0 seconden nodig gehad, dan is de gemiddelde kilometer-tijd 1 minuut en 16,0 seconden.


3.1.2 Wat zijn de records?

Als record van een draver geldt zijn snelste gemiddelde km-tijd. In de progammaboekjes staat bij alle paarden hun recordtijd vermeld. Het snelste Nederlands gefokte paard ooit is Guvo de Bloomerd. Dit paard heeft een gemiddelde km-tijd van 1 minuut en 11,0 seconde achter zijn naam staan. Het wereldrecord staat echter op naam van het Amerikaanse paard Tom Ridge. Dit paard heeft een gemiddelde kilometer-tijd achter zijn naam staan van 1 minuut en 8,6 seconde.




3.2 DE DEELNEMERS
3.2.1 Als ik eigenaar ben van een draver mag ik het dan zelf rijden in wedstrijden?

Dit is mogelijk, maar er dient dan wel met succes een rijtest en een theoretisch examen over de reglementen te zijn afgelegd. Er wordt dan een voorlopige rijvergunning verstrekt die onmiddellijk weer wordt ingetrokken op het moment dat de betreffende rijder zich niet aan de regels houdt. Wanneer u slaagt voor de rijtest en het theoretisch examen over de reglementen, mag u als eigenaarrijder uitsluitend de dravers rijden die in uw bezit zijn.
Wanneer u zich als dravereigenaar daarnaast nog heeft gekwalificeerd als eigenaartrainer mag u uw paarden ook zelf trainen.


3.2.2 De professionals

De draf- en rensport kent vele beroepsmatige beoefenaars; de professionals. Binnen de drafsport onderscheiden we de beroepstrainers, de beroepsrijders (ook wel pikeurs genoemd) en leerling-pikeurs.

De beroepstrainer is iemand die er zijn beroep van maakt om dravers te verzorgen en te trainen voor deelname aan het koerswezen. Meestal beschikt de trainer daarvoor over een eigen bedrijf waar de paarden in pension verblijven, worden verzorgd en getraind. Een dergelijk bedrijf heet een entrainement. Vaak beschikt de trainer daarbij over een trainingsbaan. Er zijn ook veel dravers die op het strand getraind worden.

De beroepsrijder (of pikeur) is iemand die dravers rijdt in openbare koersen en daarvan zijn beroep heeft gemaakt. Meestal wordt deze functie gecombineerd met die van trainer. Ook kan een rijder in dienst zijn van een trainer, evenals een trainer en/of rijder in dienst kan zijn van een eigenaar van dravers.
De leerling-pikeur is iemand die bij een beroepstrainer in opleiding is om zich te zijner tijd als pikeur te manifesteren.


3.2.3 De amateurs

Een laatste manier om actief aan het koerswezen deel te nemen is als amateur of amatrice. Voorwaarde voor een amateur is dat men eigenaar is van een draver en dat men ook weer door een theoretisch en praktisch examen in het bezit is gekomen van een rijvergunning. Amatrices behoeven echter geen eigenaresse te zijn van een paard. De cursus die aan de examens voorafgaat duurt slechts enkele weken.


3.2.4 Hoe oud moet ik zijn voor een rijvergunning?

Voor alle rijvergunningen geldt een minimumleeftijd van 18 jaar. Alleen voor de leerlingpikeurs en montéjockeys geldt een minimumleeftijd van 16 jaar.


3.2.5 Waarom deze zware eisen?

De eisen, die gelden om een draver te rijden, zijn er puur voor eigen veiligheid en voor de veiligheid van de andere rijders en hun paarden. De andere rijders mogen niet de dupe worden van onervaren nieuwkomers. Tevens is het van belang dat mensen die een weddenschap op de koers afsluiten, ervan uit kunnen gaan dat hun keus in handen is van een capabele en ervaren rijder.


3.2.6 Maakt het gewicht van een rijder iets uit?

Op een normale baan maakt het gewicht van een rijder in principe niets uit, omdat de sulky zorgt voor een volkomen uitgebalanceerd gewicht. Als de sulky eenmaal op gang is dan maakt het de draver niet uit of hij een rijder achter zich heeft van 70 kilogram of van 85 kilogram.
Op een zware baan (bijvoorbeeld na een zeer zware regenbui) als de wielen in de bovenlaag zakken, kan het gewicht wel iets uitmaken. Dan geldt: hoe lichter je bent des te sneller ben je bij de eindstreep.


3.2.7 Waarom staan rijders er zo “gekleurd” op?

Elke rijder is verplicht kleuren te laten registreren. De rijder is verplicht tijdens de wedstrijden in een uitrusting te rijden met deze geregistreerde kleuren. Dit om ervoor te zorgen dat iedereen, tijdens de koers, van elkaar is te onderscheiden. De kleuren moeten daarom duidelijk afwijken van andere geregistreerde kleuren. Hoewel de regenboog vele kleuren kent betekent het in de praktijk dat gezocht moet worden naar een combinatie van kleuren, designs of combinaties daarvan. Een eigenaar kan ook kleuren laten registreren.
In principe rijdt elke rijder onder zijn eigen kleuren, tenzij de eigenaar er prijs op stelt dat de rijder van zijn paard in eigenaarskleuren rijdt.


3.2.8 Is het rijden van een draver gevaarlijk?

Het beoefenen van de drafsport is, net als alle andere sporten, niet zonder gevaren. Toch is de drafsport een relatief veilige sport. In snelheidssporten, zoals de drafsport, komt het vooral aan op reactievermogen en een goede concentratie. Om de veiligheid van de rijders te verzekeren worden incapabele rijders geweerd, het aantal deelnemers beperkt en is het verplicht tijdens een koers een valhelm te dragen. Zoals u merkt wordt er alles aan gedaan om de veiligheid van deelnemers te garanderen.




3.3 DE WEDSTRIJDEN
3.3.1 Wat zijn langebaandraverijen?

Een langebaandraverij is een wedstrijd voor harddravers met een afstand van minimaal 1609 meter. De gangbare afstanden van een langebaandraverij liggen tussen 1609 en 2600 meter, maar incidenteel worden ook koersen verreden voor de echte stayers, met afstanden van soms meer dan 4000 meter.


3.3.2 Wat zijn kortebaandraverijen?

Het principe van de kortebaandraverijen is anders dan het principe van de langebaandraverijen. Bij kortebaandraverijen draven twee dravers twee of drie keer tegen elkaar. De draver die als eerste twee keer gewonnen heeft gaat door naar de volgende ronde. Zo ontstaat een afvalrace die uiteindelijk een winnaar oplevert. In Nederland worden er per jaar ongeveer 30 kortebaandraverijen georganiseerd, die in verschillende plaatsen verreden worden. Deze draverijen hebben altijd een afstand van plus minus 300 meter
en worden afgelegd over een rechte weg. Kortebaandraverijen zijn altijd ware volksfeesten.


3.3.3 Wat voor soort langebaandraverijen bestaan er?

Binnen de langebaandraverijen bestaan de klassieke draverijen, bijzondere draverijen en de normale draverijen. Voor een normale draverij kan iedere eigenaar of trainer zijn paard(en) tot een week voor de draverij inschrijven.

Het principe van de klassieke draverij is totaal anders dan de normale draverij. Klassiekers worden georganiseerd voor 2- en 3- jarige dravers. Op het moment dat een veulen geboren wordt, wordt het automatisch ingeschreven voor de klassiekers waaraan het mag deelnemen wanneer het 2 of 3 jaar oud is. Vanaf januari na de geboorte gaan alle eigenaren, die ook werkelijk met hun dravers aan de klassieker(s) willen deelnemen, beginnen met betalen van inleggelden. Een aantal keren in het jaar wordt dit vervolgens herhaald. De inleggelden lopen op naarmate de paarden ouder worden. Er wordt dus 2 of 3 jaar lang geld bij elkaar gespaard. Het mooie aan een klassieker is dat een groot aantal eigenaren een aantal keren een relatief klein bedrag inlegt om vervolgens na 2 of 3 jaar voor een enorme prijzenpot te rijden.
Bij klassiekers kunnen hooguit 16 paarden aan de start verschijnen. De beste 16 ingeschreven paarden mogen starten. De eigenaar neemt de gok om geld te investeren in een koers die pas over twee of drie jaar gereden wordt en die gok kan natuurlijk altijd verkeerd uitpakken. Maar voor hetzelfde geld wint de eigenaar een bedrag van ƒ500000,-.
Het kan natuurlijk zijn dat een eigenaar in eerste instantie het plan heeft om met zijn draver(s) deel te gaan nemen aan de klassieker(s), maar dit uiteindelijk om bepaalde redenen toch niet ziet zitten. Dan kan de eigenaar zijn draver(s) uitschrijven voor de klassieker(s) en stopt hij met het betalen van de inleggelden.

De bijzondere draverijen zijn koersen die ook een grote naam hebben in de draverijwereld en veelal gedoteerd zijn met een vrij hoog prijzengeld.
Overigens worden alle klassieke en bijzondere draverijen aan het begin van jaar vermeld in het Officieel Bulletin van de NDR.


3.3.4 Waar worden de langebaandraverijen verreden?

Zie hiervoor het hoofdstuk over de banen.


3.3.5 Vanaf welke leeftijd mag een draver deelnemen aan wedstrijden?

Als 1,5 jarige gaat de jaarling naar de trainer, die hem vaak alles nog moet leren. Normaal gesproken duurt het vanaf de eerste training zo’n acht tot negen maanden voordat het paard voor de eerste keer kan starten in een draverij. Op het moment dat het paard twee jaar is, kan het gaan deelnemen aan wedstrijden voor 2-jarige dravers. Verscheidene eigenaren en trainers prefereren echter te wachten tot het paard drie jaar of ouder is. Er zijn voor 2-jarigen echter verscheidene lucratieve koersen, die het verleidelijk maken een paard al op jonge leeftijd in te zetten.


3.3.6 Tot welke leeftijd mag een draver blijven koersen?

Merries moeten hun koerscarrière op 11-jarige leeftijd beëindigen en hengsten en ruins als zij 15 jaar zijn. De reden dat merries eerder hun koerscarriere moeten beëindigen is gelegen in het feit dat de merries op tijd de fokkerij in zullen gaan.


3.3.7 Hoe dikwijls kan een draver in een wedstrijd starten?

Dit is volledig afhankelijk van de draver zelf. Hoe vaak een draver kan starten, hangt af van de conditie, het karakter en de algemene gesteldheid van het paard. Het spreekt voor zich dat een paard met een blessure niet kan en mag starten. Er zijn dravers die het gehele jaar blijven koersen maar zij moeten uit staal gegoten zijn. Normaal gesproken wordt een draver na een aantal zware koersen of extra inspanningen enkele weken rust gegund. Tweejarige dravers mogen binnen een week hoogstens eenmaal aan een wedstrijd deelnemen.


3.3.8 Hoe worden bij de draverijen de paarden in verschillende niveaus verdeeld?

Zoals in elke sport is er ook in de drafsport een verschil in niveau tussen de verschillende beoefenaars. Er wordt in de drafsport meestal getracht om de dravers die ongeveer hetzelfde niveau hebben, tegen elkaar te laten koersen. Het verschil in niveau wordt in de drafsport het best aangegeven door het prijzengeld wat de draver in zijn of haar loopbaan heeft gewonnen. Dit gewonnen prijzengeld wordt ook wel de winsom genoemd. Deze winsom is in de drafsport de meest gebruikte variabele om de paarden te verdelen in verschillende niveaus.
Andere variabelen die gebruikt worden om te bepalen welke dravers tegen elkaar koersen zijn de leeftijd en het geslacht van het paard en het land waar het paard gefokt is.


3.3.9 Wat is een bandenstart?

Er zijn twee manieren om dravers te starten. De eerste manier om dravers van start te laten gaan is de bandenstart. Bij de bandenstart start iedere draver vanuit een bepaald vak, dat is afgesloten met een elastieke band. Zodra de paarden hun startpositie hebben ingenomen volgt een aantal startcommando’s. Na het laatste startcommando springen de banden weg en kunnen de dravers beginnen aan hun koers.
In tegenstelling tot de autostart is het bij de bandenstart mogelijk om de dravers handicaps op te leggen. Dit wil zeggen dat de paarden op verschillende afstanden van de finish gestart worden. Sommige paarden starten bijvoorbeeld op 2000 meter van de finishstreep, de volgende op 2020 meter en weer een volgende op 2040 meter enz. Deze handicaps worden vastgesteld naar het door de draver gewonnen prijzengeld. Door het opleggen van de handicaps is het mogelijk om dravers van verschillende niveaus tegen elkaar te laten starten.


3.3.10 Wat is een autostart?

De meest gebruikte manier van starten is de autostart. Bij dit systeem van starten worden de deelnemers als het ware gelanceerd door een startauto. De startauto heeft aan weerszijden vleugels. Met uitgespreide vleugels brengt de auto, die 300 meter van het startpunt staat opgesteld, de paarden in een oplopend tempo naar het startpunt. Op dit punt worden de vleugels van de auto naar voren ingeklapt en vanaf dat moment is de draverij begonnen. Door de vliegende start zijn de gereden tijden in deze draverijen ongeveer 2 tot 2,5 seconde sneller dan in een draverij met een bandenstart. Bij autostarts met snelle paarden ligt de aanvangssnelheid soms wel hoger dan 55 kilometer per uur. Na het innemen van de posities zakt dit tempo natuurlijk enigszins.


3.3.11 Hoe worden de posities aan de start bij een autostart bepaald?

Net als bij een bandenstart is bij een autostart de winsom bepalend voor de startpositie van het paard. Hoe hoger de winsom is des te hoger is de startpositie. Het nummer dat het paard in een draverij draagt geeft normaal gesproken ook zijn plaats aan de start aan.


3.3.12 Maakt de positie aan de start veel uit?

In het algemeen kunt u stellen dat het paard met startpositie nummer 1 een licht voordeel heeft op de overige paarden en zeker op de paarden die van de 6de en de nog hogere startposities aan de koers moeten beginnen. Dit omdat het paard met startpositie 1 het minste aantal meters hoeft te lopen. In praktijk kunnen echter ook andere factoren een rol spelen. Zo loopt een paard dat niet al te snel vertrekt met startpositie 1 het gevaar om ingesloten te raken aan de reling.


3.3.13 De starter

Evenals bij een bandenstart wacht de starter bij een autostart totdat de paarden hun juiste positie hebben ingenomen. Hoe weet de chauffeur van de auto nu hoe snel hij moet rijden? Het enige wat de chauffeur hoeft te doen is de wagen in beweging zetten en de wagen besturen. Het optrekken van de auto en de snelheidbepaling wordt automatisch geregeld door een computer die in de auto is bevestigd. De starter, die achter in de koepel van de auto zit, is volledig verantwoordelijk voor een correct verloop van de start.


3.3.14 Wanneer wordt een start vals verklaard?

Bij een bandenstart wordt de start vals verklaard wanneer een rijder te vroeg de elastieke banden doorbreekt. In het algemeen worden starts vals verklaard wanneer de paarden niet vanaf de juiste plaats van start gaan en bij incidenten zoals hinder, valpartijen en tuigbreuk. Ook andere onvoorziene omstandigheden kunnen leiden tot het “vals” verklaren van de start. De deelnemers worden dan terug geroepen en de rijder die een valse start veroorzaakt wordt gestraft.


3.3.15 Wat is een fout?

In de drafsport spreekt men van een fout wanneer het paard zijn juiste drafcadans verliest en in galop gaat. Tevens spreekt men van een fout wanneer het paard onregelmatig draaft of wanneer het in telgang valt. Bij de telgang beweegt het paard zijn benen niet diagonaal maar lateraal, zoals een kameel. Met andere woorden het paard beweegt zijn linkervoor- en linkerachterbeen gelijktijdig voorwaarts en vanzelfsprekend ook zijn rechtervoor- en rechterachterbeen. Het is zaak voor de rijder om de draver zo snel mogelijk weer in draf te brengen. Deze pogingen brengen het paard echter zo vaak zoveel terreinverlies dat het kansloos wordt voor een goede klassering.


3.3.16 Waardoor gaat het paard wel eens in de fout?

Het paard kan om verschillende redenen in de fout gaan. Veelal worden de galoppades veroorzaakt doordat het tempo simpelweg te hoog ligt. Een andere mogelijke oorzaak van een fout is dat het paard met het voorbeen het achterbeen raakt of andersom. Verlies van een ijzer, nervositeit, onvoldoende training of capaciteiten en een schrikreactie kunnen er ook voor zorgen dat het paard in de fout gaat.


3.3.17 Is een fout geoorloofd?

Ja, maar wanneer het paard een fout begaat moet de rijder trachten zijn paard zo snel mogelijk weer in de juiste draf te brengen. Indien mogelijk brengt hij hiervoor zijn paard naar de buitenkant van het veld.
Wanneer het paard met zijn galoppades terreinwinst boekt, te lang galoppeert of meerdere keren in galop valt dan volgt uitschakeling. Dit betekent dat de rijder de koers moet verlaten.

Een andere mogelijke reden voor uitschakeling is het onregelmatig draven. De comité-leden kunnen dit zien vanuit de comité-bus. Ook kunt u het mogelijk horen. Normaal gesproken is het zo dat u tijdens het draven van een paard twee klappen hoort, namelijk het tegelijk neerkomen van het linkervoor- en het rechterachterbeen, resp. rechtervoor- en linkerachterbeen. Bij het onregelmatig draven hoort u deze twee klappen niet, maar hoort u een soort roffel omdat het ritme van het draven verstoord is. Mogelijke oorzaken van het onregelmatig draven zijn vermoeidheid en een gebrek aan capaciteiten van paard of pikeur. Wanneer een draver zich langdurig in onregelmatige draf of telgang over de baan beweegt dan volgt net als bij langdurig galopperen uitschakeling.


3.3.18 Wat is hinderen?

Hinderen is het algemene woord voor die dingen die het koersverloop op een negatieve manier kunnen beïnvloeden. Het gaat hier bijvoorbeeld om het te vroeg naar binnen gaan bij het passeren van een tegenstander, zig-zag rijden, contact tussen sulky en sulky, of sulky en paard, het niet houden van de lijn evenwijdig aan de reling in het laatste rechte stuk enz. Rijders die dergelijke overtredingen begaan worden bestraft.


3.3.19 Kan een paard worden teruggesteld?

Op het moment dat een paard één of meerdere paarden heeft gehinderd tijdens de koers is het mogelijk dat het in de uitslag teruggesteld wordt achter het door hem gehinderde paard. In ernstige gevallen kan het paard zelfs worden gediskwalificeerd.


3.3.20 De straffen

Trainers en rijders kunnen ook voor andere vergrijpen dan hinderen worden bestraft. Voorbeelden van vergrijpen waar men ook voor bestraft kan worden zijn onbehoorlijk gedrag, overmatig zweepgebruik, het verstrekken van onjuiste gegevens en het niet meewerken aan een onderzoek enz.
Veelal worden de straffen uitgedrukt in geldboetes. In ernstige gevallen kan een rijder of trainer worden geschorst.


3.3.21 Uit welke personen bestaat het draverij- comité en wat is hun taak?

Wie is er nu verantwoordelijk voor de uitschakeling van de dravers? Dat is het draverij-comité. Bij elke koers bestaat het draverij-comité uit vier personen; de voorzitter, de secretaris, de rechter van aankomst en een lid.
Zodra de draverij is begonnen volgen deze vier personen de verrichtingen van de paarden en besluiten ze of ze al dan niet tot uitschakeling moeten overgaan. De voorzitter, de secretaris en het lid doen dit ofwel vanuit een bus, die gedurende de race in de buurt van de dravers rijdt, danwel vanuit een ruimte langs de baan, ter hoogte van de finishlijn. De rechter van aankomst bekijkt aan de finish in welke volgorde de paarden de finishstreep passeren en of zij in draf over de finish komen. Wanneer een paard namelijk niet in draf over de streep komt betekent dit onmiddellijk uitschakeling.


3.3.22 Wie bepaalt de aankomst van de paarden?

De beslissing over de volgorde waarin de paarden de finish passeren ligt in handen van de rechter van aankomst. Hij heeft daarbij de hulp van de foto-finish-camera. Binnen enkele minuten kan de rechter constateren of zijn uitspraak over de uitslag juist is. In gevallen van zeer spannende aankomsten, ook wel een close finish genoemd, wordt de finishfoto voor het publiek en de rijders gepubliceerd.




3.4 DE TACTIEK
3.4.1 De tactiek in de koers

Natuurlijk probeert iedere rijder zo weinig mogelijk meters te maken met zijn paard. Daarom probeert iedere rijder zo dicht mogelijk bij de reling te rijden. Het is echter zo dat niet iedereen op deze gewilde plaats kan komen. Sommige pikeurs moeten meer aan de buitenkant blijven, tenzij ze proberen door een tussensprint hun positie te verbeteren. Andere rijders die achterop zijn geraakt of, bij een bandenstart, hun handicap moeten inlopen, trachten te profiteren van de “gaatjes” die de rest van het veld in het verloop van de koers laat vallen. Lukt dat niet dan moeten zij buitenom. Anderen wachten met een engelengeduld op het laatste rechte stuk om toe te slaan en zetten alles op één kaart: een fantastische eindsprint. Juist het voortdurend wisselen van plaats, het zoeken naar de beste positie, het elkaar aanvallen en tenslotte de eindstrijd tussen vele paarden geven deze tak van paardensport de spanning en attractie waar de mensen van houden.


3.4.2 Kan een rijder met een relatief langzaam paard kans maken op de overwinning?

Dit is zeer zeker mogelijk. Ondanks dat snelheid zeer bepalend is in de drafsport, is het niet het enige wat telt. Het kunnen vinden van de goede opening, de snelheid aan kunnen voelen en het kunnen verdelen van de krachten zijn andere zeer belangrijke factoren die de uitslag van de koers kunnen beïnvloeden.


3.4.3 Kan een rijder een koers plannen?

Een goede en ervaren rijder bekijkt voor de draverij de aard van de koers en de kwaliteiten van zijn tegenstanders. Vervolgens trekt hij vanuit die wetenschap en op grond van de kwaliteiten van zijn eigen paard, zijn plan. Natuurlijk kunnen er altijd omstandigheden zijn die het plan van de rijder kunnen doorkruisen, zoals een fout of een enorm hoog begintempo. Echter een koers beginnen zonder de kwaliteiten van de andere viervoeters en hun rijders te kennen, loopt veelal uit op een mislukking.




3.5 DE BENODIGDHEDEN
3.5.1 Een sulky

Een sulky is een tweewielig wagentje op luchtbanden, gemaakt van een zeer licht materiaal. De benen van de rijder zijn parallel met de vaak sterk gebogen bomen van de sulky en steken in een voetsteun.
Het totale gewicht van de sulky bedraagt ca. 18 kg.


3.5.2 Wat is de functie van een zweep?

Sommige paarden “staken” wel eens of weigeren zich volledig in te zetten. Het zien van een zweep of een tik van een zweep brengt ze vaak snel op andere gedachten. Het kan zo maar zijn dat door een zo’n tikkie uw favoriet als eerste door de finish komt. De zweep dient om het paard, indien nodig, te corrigeren en dus niet om frustraties op het paard bot te vieren. Overmatig en ondoelmatig gebruik van de zweep wordt dan ook bestraft.


3.5.3 Wat zijn en waarvoor dienen de leren stukken aan de benen?

Net als een voetballer scheenbeschermers draagt hebben vele paarden een bescherming aan hun benen nodig om onzachte aanrakingen van het voor- met het achterbeen en andersom tot een minimum te beperkingen.




3.6 DE KOSTEN
3.6.1 Wat zijn de kosten om in de drafsport actief te zijn?

Voor de kosten van de verschillende activiteiten binnen de drafsport verwijzen we u naar het Officieel Bulletin van de Vereniging Nederlandse Draf- en Rensport. Dit boekje kunt u gratis opgestuurd krijgen door de NDR. U hoeft hiervoor slechts de telefoon te pakken en te bellen naar de NDR op het nummer 070-3047120.





inhoudsopgave
4 DE RENSPORT

GESCHIEDENIS RENSPORT

St. Leger, the Oaks, One Thousand Guineas, het zijn termen die de leek nauwelijks iets zeggen, doch bij het woord “Derby” zal hij toch wel direkt aan paardenrennen denken. Wat is de Derby, waar wordt deze verreden, waarom is die ren zo beroemd? Om deze vragen te beantwoorden moeten we in de Engelse geschiedenis teruggaan.
Op een meimorgen in het jaar 1780 waren enige edellieden te gast bij de toenmalige graaf van Derby om een ren bij te wonen die op zijn land gehouden werd. Een van de gasten kwam op het idee door het opgooien van een geldstuk degene aan te wijzen naar wie deze ren, die men ook in de toekomst wilde laten verrijden, genoemd zou worden. De munt wees de graaf Derby aan. In het begin werd de ren over de afstand van een mijl gehouden. In 1784 werd deze afstand verlengd tot 1,5 mijl, dat is 2400 meter, en dit bleef tot nu toe onveranderd. Het Engelse voorbeeld werd door vele andere landen gevolgd. In Nederland wordt ook deze ren ook jaarlijks op renbaan Duindigt georganiseerd.

In vroegere tijden golden rennen enkel en alleen als volksvermaak. In de Griekse oudheid en de tijd van Karel de Grote hield men ruiterspelen en wedrennen te paard om de ruiters en de krijgslieden op de proef te stellen en het publiek afleiding te bezorgen. Later werden de Derby en andere grote rennen niet meer alleen gehouden om het publiek te vermaken en om weddenschappen af te sluiten. Rennen gingen ook dienen als prestatieproeven. Aan de hand van deze proeven werden de dieren voor de fokkerij uitgezocht. Renproeven waarnaar men de fokwaarde van een paard beoordeelt kwamen aan de het begin van de 18e eeuw in Engeland tot stand. De stad Newmarket, waar deze rennen gehouden werden, is nog steeds het centrum van de Britse rensport.
De Derby behoort tot de vijf klassieke rennen voor driejarige paarden die al in de 18e of aan het begin van de 19e eeuw werden ingesteld:

St. Leger afstand 2800 m sinds 1776
Oaks afstand 2400 m sinds 1779
Two Thousand Guineas afstand 1600 m sinds 1809
One Thousand Guineas afstand 1600 m sinds 1814
Derby afstand 2400 m sinds 1780

Naast de vlakkebaanrennen, zoals de hierboven genoemde klassiekers, bestaan er ook al honderden jaren hindernisrennen. Zoals de naam al zegt zijn hindernisrennen rennen over hindernissen. Ze gaan over afstanden die variëren van 3200 meter tot ruim 7000. Men onderscheidt “hordenrennen” waarbij de hindernissen uit eenvoudige stromatten met houten kaders bestaan en “steeple-chases” waar de hindernissen een nabootsing zijn van obstakels die de paarden op het platteland zouden kunnen tegen komen. De bekendste hindernisren ter wereld is de Grand National in het Engelse Aintree, onder de rook van Liverpool.
Ook in Nederland werden vroeger op bescheiden schaal hindernisrennen georganiseerd.
4.1 DE DEELNEMERS
4.1.1 Als ik eigenaar ben van een paard mag ik het dan zelf rijden in wedstrijden?

Dit is mogelijk als amateur of amatrice. U moet dan wel met succes een rijtest en theoretisch examen over de reglementen afleggen. Een eigenaar mag niet fungeren als jockey. In tegenstelling tot de drafsport bestaan er in de rensport dus geen eigenaar - rijders.


4.1.2 Professionals

Op het moment dat u graag professioneel als rijder in de rensport actief wilt zijn moet u zich opgeven bij een professionele trainer. Het is bedoeling dat deze trainer u de kneepjes van het ”renvak” bijbrengt. Vanaf het moment dat u zich bij een trainer inschrijft, gaat u door het leven als leerlingjockey. Wanneer de trainer het idee heeft dat u de rensport (redelijk) onder de knie heeft kan hij u opgeven voor een examenproef. Wanneer u die examenproef doorstaat en u zich daarnaast opgeeft voor een 2-jarige cursus in Deurne kunt u zich als leerlingjockey inschrijven voor wedstrijden.
Op het moment dat u als leerlingjockey 20 overwinningen behaald heeft en u daarnaast de cursus in Deurne met succes volbrengt mag u zich jockey noemen.

Wanneer u graag uw boterham wilt verdienen als beroepstrainer, kan dit alleen geschieden door het volgen van een ongeveer 3 jaar durende cursus bij de Vereniging Nederlandse Hippische Beroepsopleidingen (NHB) te Deurne. Als beroepstrainer bent u gemachtigd om zowel uw eigen als de paarden van andere eigenaren te trainen.
Tevens bestaat er de mogelijkheid om als eigenaar-trainer te fungeren. U mag dan alleen uw eigen paarden trainen. U dient hiervoor een trainingscursus te volgen van ongeveer 8 weken in Deurne.


4.1.3 Amateur of amatrice

Indien het niet mogelijk is om als (leerling)jockey aan de rensport deel te nemen, door bijv. een te hoog gewicht, is het mogelijk om als amateur of amatrice actief te zijn. Voor amateurs en amatrices worden aparte wedstrijden uitgeschreven. Wanneer u als amateur of amatrice in wedstrijden wilt deelnemen zult u net als de leerlingjockey een rijproef moeten afleggen.
Voordat u de rijproef kunt afleggen, zal een trainer u de grondbeginselen van de rensport moeten bijbrengen. Wanneer hij u capabel genoeg acht, kan hij u opgeven voor de rijproef.
Op het moment dat u als amateur/amatrice 10 of meer overwinningen op uw naam heeft staan en daarnaast voor 50% of meer een paard in bezit heeft, kunt u ook in wedstrijden voor professionals deelnemen.




4.2 DE WEDSTRIJDEN
4.2.1 Welke soorten rennen zijn er?

Er zijn vlakkebaanrennen en hindernisrennen, die weer onderverdeeld zijn in hordenrennen en steeple-chases. Hindernisrennen worden in ons land niet meer verreden, in tegenstelling tot Engeland en Ierland waar de hindernisrennen ongelooflijk populair zijn.
Jaarlijks worden op renbaan Duindigt zo’n 200 vlakkebaanrennen gehouden.


4.2.2 Wat voor soorten vlakkebaanrennen bestaan er?

Bij de rennen geldt hetzelfde als bij de draverijen. Er bestaan ook weer klassieke, bijzondere en normale rennen. De bepalingen die gelden voor deelname aan de drie verschillende rennen zijn haast identiek aan de bepalingen die gelden voor deelname aan de gelijknamige draverijen. Er zijn echter een aantal kleine verschillen:
De inschrijving voor een normale ren gaat als volgt: 14 dagen voor een ren kunt u uw paard(en) inschrijven voor de koers. Een week later moet u vervolgens de definitieve beslissing nemen over wel of geen deelname aan de ren. Wanneer u uw paard laat deelnemen moet u tevens aangeven welke jockey het paard zal rijden.


4.2.3 De gewichtsbepalingen

In de rensport wordt, bij iedere ren, aan ieder paard een gewicht toegewezen. Dit wil zeggen dat voor ieder paard wordt bepaald hoeveel kilogram een jockey moet wegen om met dit paard aan de ren te mogen deelnemen. Dit opleggen van gewichten gebeurt op drie verschillende manieren:

Rennen voor paarden waarbij het gewicht bepaald wordt naar leeftijd van het paard.

Klassieke rennen: paarden van dezelfde leeftijd lopen tegen elkaar. Deze paarden krijgen allemaal
het standaardgewicht van 58 kilogram toegewezen.

Rennen voor paarden van alle leeftijden. Voor deze rennen bestaat de schaal van gewichten. Via
deze tabel is voor ieder paard, aan de hand van de leeftijd en de afstand van de ren, het te dragen
gewicht bepaald.

Let op: Merries krijgen altijd 2 kilogram minder toegewezen.

Conditierennen

In een conditieren lopen de paarden op een gewicht dat is bepaald door de condities die staan uitgeschreven voor de koers. Hieronder staan enkele voorbeelden van condities die in veel koersen gelden:
* paarden die nog niets in hun leven hebben gewonnen (maidens) krijgen twee kilogram ontheffing
* paarden die nog nooit gestart zijn in een koers krijgen twee kilogram ontheffing
* voor elke gewonnen prijs van € 1000,- krijgt het paard 1 kilogram belasting.

Handicaprennen

In deze rennen worden de gewichten voor de paarden vastgesteld door de Handicap Commissie. Met behulp van de schaal van gewichten wordt na elke verreden koers, per paard, de handicap bepaald voor de volgende koers. De belangrijkste variabele die de handicap bepaalt is het aantal lengtes dat het paard, bij de laatste koers, achter de winnaar eindigde, gerelateerd aan de afstand van de verreden koers. Aan ieder paard wordt een gewicht toebedeeld met als uiteindelijk doel dat in theorie ieder paard dezelfde kans heeft om te winnen. Een heel sterk paard moet namelijk een zwaarder gewicht dragen dan een minder goed paard. Het paard moet natuurlijk wel enige historie hebben opgebouwd om te kunnen bepalen welk gewicht hij krijgt toebeeld. Daarom kan een paard pas starten in een handicapren wanneer hij minimaal twee keer eerder gestart is in een conditieren.


4.2.4 Welke rol speelt het gewicht van de jockey?

In tegenstelling tot de drafsport speelt het gewicht in de rensport een heel belangrijke rol. Het is namelijk makkelijker gewicht te trekken, zoals in de drafsport, dan gewicht te dragen. In principe is een paard dat beladen is met 65 kilogram (inclusief de jockey) niet opgewassen tegen een paard dat slechts 50 kilogram op z’n rug hoeft te dragen. Berekend is dat over een afstand van 1000 meter een kilogram meer gewicht een remmende invloed heeft van ongeveer 1 ¼ meter, ofwel een halve paardlengte. Dit betekent dat een volbloed die in een ren van 2400 meter 20 kilogram meer draagt dan een concurrent, in feite aan dit paard een voorsprong geeft van honderd meter. Elke dag eten in de snackbar is er dus niet bij voor de jockeys.


4.2.5 De jockey

Jockeys zijn doorgaans heel lichte mensen. In de beroepssector variëren de gewichten van de jockeys van 45 tot 60 kg. Worden zij zwaarder dan is het afgelopen met hun rencarrière. Om op hun gewicht te blijven moeten jockeys zich dan ook vaak ontzien. Dieet en stoombaden geven soms uitkomst. Voor amateurs en amatrices liggen de gewichtsschalen hoger.


4.2.6 Het wegen

Voor de jockey de ren ingaat wordt hij gewogen, inclusief zijn zadel en kleding. Is zijn gewicht dan lager dan het aan zijn paard toegewezen gewicht, wordt het gewicht op gewenste hoogte gebracht door middel van loodplakken die in de zadeltassen worden gestopt. Het wegen voor de ren heet “uitwegen”. Iedere rijder die het gewicht met meer dan 0,5 kilogram overschrijdt, wordt bestraft. Geen rijder mag bij het uitwegen het vastgestelde gewicht met meer dan 3 kg overschrijden.
Na de ren moeten de jockeys met hun paarden naar de afzadelplaats. Zij moeten zelf hun paarden afzadelen, kunnen nog niet gefeliciteerd worden, omdat nog moet worden gecontroleerd of hun gewicht nog hetzelfde is als het gewicht waarmee zij de ren zijn ingegaan. Dit noemt men inwegen. Is het gewicht in overeenstemming met het gewicht waarmee de ren is begonnen dan pas kan de officiële uitslag worden gegeven. Klop het gewicht niet, hetzij te hoog of te laag, dan wordt het paard uitgeschakeld. Er is slechts een kleine marge dat uitschakeling voorkomt: de rijder mag een ½ kilogram lichter wegen dan voor de ren en hoogstens 1 kilogram zwaarder.


4.2.7 Wat gebeurt er na het uitwegen?

Alle paarden, die aan een ren zullen deelnemen, moeten zich zo’n 15 minuten voor het tijdstip van de start verzamelen in de paddock. In de paddock worden de paarden gezadeld en worden de jockeys in het zadel geholpen. Daarnaast worden de paarden in de paddock rondgeleid zodat het publiek nog eens kan zien hoe zijn favoriet er voorstaat. Na een daartoe gegeven signaal begeven de rijders zich met hun paarden al stappend in de volgorde, zoals die staat vermeld in het programmaboekje, naar de baan. Ieder paard moet vervolgens, in een rustige galop langs de tribune, naar de startboxen toe gaan. Vanaf dat moment begint de startprocedure.


4.2.8 Hoe worden rennen gestart?

In een op wielen staande constructie heeft ieder paard z’n eigen startbox. Onmiddellijk nadat de paarden achter de startboxen zijn aangekomen, stellen de rijders hun paarden op ongeveer 10 meter achter deze startboxen op. De startplaatsen worden door het lot toegewezen aan de paarden. Op het sein van de starter begeven de paarden zich in die volgorde naar hun startbox. Zodra alle paarden hun box zijn ingegaan, zal de starter de rijders hierop attent maken door het heffen van zijn rode vlag, waarna hij onmiddellijk de start zal geven door het neerslaan van deze rode vlag. Op dat moment springen ook de voordeuren van de startboxen open en is de strijd losgebarsten.


4.2.9 De ren

In de rennen gaat het er vele malen sneller aan toe dan in de draverijen. Dit is niet zo gek want de galop is nu eenmaal de snelste gang van een paard. In een ren komt de snelheid dan ook vaak genoeg boven de 70 km/uur te liggen. Omdat de jockeys niet te zwaar mogen zijn, kunnen zij zich niet volledig beschermen door bepaalde kleding enz. Hun enige bescherming is een valhelm en een bodyprotector die gedragen wordt onder het shirt.


4.2.10 Wat is de hurkzit?

De rijders in een ren zitten niet in het zadel zoals een ruiter dat bijvoorbeeld wel doet. De jockeys staan min of meer voorover gebogen. De zeer korte stijgbeugels noodzaken ze de benen bijna haaks te houden. Deze door de Amerikaanse jockey Tod Sloan geïntroduceerde stijl staat bekend als de hurkzit. Deze stijl vermindert de windweerstand en bovendien wordt het gewicht van de jockey geplaatst boven het zwaartepunt van het paard, waardoor het gewicht het gemakkelijkst te dragen is.


4.2.11 De kleuren en de kleding

Iedere eigenaar die vergunning heeft gekregen om met zijn paarden deel te nemen aan wedstrijden, dient kleuren te laten registreren. De jockey moet rijden in de kleuren die de eigenaar van zijn paard heeft laten registreren. Alle rijders moeten gekleed zijn in een witte rijroek met daarop een shirt in, zoals gezegd, de kleuren van de eigenaar. Onder het shirt is de rijder verplicht een bodyprotector te dragen. Verder moet de rijder een valhelm op met daarop een pet. De kleuren van de pet moeten ook geregistreerd staan.


4.2.12 Wat is er zo mooi aan een ren?

De wisselingen in posities, het oprukken vanuit de achterhoede en het plotseling verhogen van het tempo geven aan een ren een bijzonder spectaculair karakter, vooral als de strijd tussen de paarden groot is. In het laatste rechte stuk van de ren waaiert het veld volledig uit elkaar. Het beeld van de koers kan dan binnen een aantal seconden totaal veranderen. De koplopers van het “eerste uur” kunnen zomaar verdwijnen naar de achterkant van het veld terwijl de achterhoede op kan rukken naar de voorhoede.
Een scherpe finish vraagt alles van jockey en paard. Het is een prachtig gezicht paard en jockey alles te zien geven om een zo hoog mogelijke klassering te bereiken. Geen wonder dat de rensport in vele landen als een van de populairste sporten wordt gezien.


4.2.13 Het gedrag tijdens de ren

Tijdens de ren gelden uiteraard regels. Hieronder zijn een aantal regels vermeld:
* Hinderlijk, overmatig en ondoelmatig gebruik van de karwats is verboden. De karwats is een zweep
die gebruikt wordt om het paard indien nodig aan te sporen.
* Tijdens de ren moet de karwats zodanig vast worden gehouden, dat andere deelnemers daarvan geen
hinder kunnen ondervinden.
* Schreeuwen tijdens de ren is verboden
* Wanneer een paard buiten de baan raakt zal het worden uitgeschakeld.
* Een paard zal worden teruggesteld wanneer het hij door het hinderen van een paard de winkansen van
het gehinderde paard nadelig heeft beïnvloed. Het teruggestelde paard zal in de volgorde van aankomst
worden geplaatst achter het gehinderde paard.


4.2.14 Wie houdt toezicht op de regels?

Zoals u hierboven heeft kunnen lezen zijn er nogal wat regels. Wie houdt nu in de gaten dat de paarden en de rijders zich daar aan houden? Op het verloop van de ren en alles wat daarmee samenhangt wordt nauwlettend toegezien door het rencomité. Dit rencomité bestaat uit 5 personen; de voorzitter, de secretaris, de rechter van aankomst, een lid en een weger.
De ren wordt gevolgd vanaf de jurytoren en vanuit een auto, die aan de binnenkant van de renbaan meerijdt. Ook het rencomité heeft ter ondersteuning van hun waarneming de beschikking over een film van de koers. Tevens beschikt het ren-comité over een fotofinishcamera voor het vastleggen van de aankomst.
Hinderen en het niet houden van de lijn evenwichtig aan de reling zijn de meest voorkomende overtredingen, waartegen streng wordt opgetreden. De straffen die hierop staan zijn vrijwel hetzelfde als die in de draverijen.


4.2.15 Zijn de tijden van de rennen belangrijk?

In tegenstelling tot een draverij, waarin de tijden van alle deelnemers aan een koers worden geregistreerd en worden omgerekend in een km-tijd, wordt in een ren slechts de totaaltijd van de winnaar opgenomen. In de rensport wordt dan ook niet zo’n waarde gehecht aan records. Wel wordt altijd in de uitslag vermeld hoe groot de verschillen op de finishlijn waren tussen de verschillende paarden, bijvoorbeeld een neuslengte of een (paarde)lengte enz. Met deze verschillen houdt de handicapcommissie rekening bij het vaststellen van de handicaps voor de eerstvolgende ren waaraan de paarden zullen deelnemen.


4.2.16 Hoeveel keer kan een volbloed starten?

Normaal gesproken begint de training van een volbloed op 1½ -jarige leeftijd. De paarden die snel rijp zijn voor een wedstrijd, staan op 2-jarige leeftijd aan de start van een ren. De eerste rennen gaan voor hen over een afstand van hooguit 1000 meter. Na een aantal maanden lopen deze afstanden op tot hooguit 1800 meter. Rennen voor oudere paarden gaan tot 3600 meter.
Merries mogen tot een leeftijd van 10 jaar blijven deelnemen aan rennen. Voor hengsten en ruins is een maximumleeftijd vastgesteld van 12 jaar.
Een volbloed kan niet zoveel aan de start van een ren verschijnen als een draver aan een draverij. Dit komt doordat de volbloed bij hoge snelheid bij iedere galopsprong zijn gehele gewicht van +/- 400 kilogram moet opvangen en vervolgens weer moet wegstuwen. Dit vergt uiteraard heel veel energie.
Omdat een ren veel van het mechanisme van een paard vraagt, is de herstelperiode voor een volbloed langer dan voor een draver.


4.2.17 Wat is de prikkel om te winnen?

De sportieve prikkel om te winnen is natuurlijk altijd aanwezig. De eer en vreugde na een overwinning blijft het mooiste wat er is in de sport; zo ook in de rensport. Naast deze sportieve prikkel is er echter ook een financiële prikkel in de vorm van het prijzengeld. De gewonnen prijzen worden verdeeld over de eigenaar, de trainer en de jockey. De trainer krijgt 10% van het gewonnen prijzengeld en daarbovenop krijgt hij ook nog eens 2,5% om uit te keren aan het stalpersoneel.
De jockey krijgt bij een 1e plaats ook 10% van het gewonnen prijzengeld. Wanneer de jockey prijzengeld verdient met andere ereplaatsen als de 1e plaats krijgt hij 5% van dit bedrag. Bovendien ontvangen alle jockeys en leerlingen voor iedere gereden rit rijgeld van de eigenaar van het paard.

Amateurs en amatrices, waarvoor speciale rennen worden georganiseerd, ontvangen niets van de door hen gewonnen prijzen. Zij moeten het alleen met een ereprijs doen.


4.2.18 Gesloten seizoen?

In tegenstelling tot de dravers wordt er in Nederland niet het gehele jaar gereden. Van half maart tot half november genieten de paarden van een welverdiende rustperiode waarin hun werk wordt beperkt tot wat lichte trainingen. Enkele trainers laten echter hun paarden nog door koersen in het buitenland.




4.3 DE KOSTEN
4.3.1 Wat kost het om in de rensport actief te zijn?

Voor de kosten van de verschillende activiteiten binnen de renport verwijzen we naar het Officieel Bulletin van de Vereniging Nederlandse Draf- en Rensport. Dit boekje kunt u gratis opgestuurd krijgen door de NDR. U hoeft hiervoor slechts de telefoon te pakken en te bellen naar de NDR op het nummer 070-3047151.





inhoudsopgave
5 DE BANEN

In Nederland zijn er vier professionele hippodrooms waar langebaandraverijen gehouden worden: Duindigt, Wolvega, Alkmaar en Groningen. Op deze vier locaties worden draverijen verreden; rennen worden alleen op Duindigt ingericht.
Naast de vier professionele banen zijn er ook recreatieve banen, te weten in Joure, Emmeloord, Aduard, Eenrum en Leek

Renbaan Duindigt
Renbaan Duindigt is gesitueerd op een fraai 18e eeuws landgoed in Wassenaar. Sinds 1906 worden er draverijen en rennen georganiseerd op de renbaan. Renbaan Duindigt kan op hoogtijdagen plaats bieden aan tienduizend bezoekers. Het beschikt over twee banen. Voor de volbloeds is er een 1600 meter lange grasbaan. Daarbinnen liggen de twee sintelbanen voor de draverijen: een 1200 meter baan (Grote Baan) en een 800 meter baan (Kleine Baan). Het middenterrein is geschikt gemaakt voor de polosport. Op de baan wordt gekoerst van maart t/m december, voornamelijk op zondagen. Enkele hoogtepunten van het jaar zijn de Derby’s voor dravers en volbloeds, Gouden Zweep, Grote Prijs der Lage Landen, de Grote Prijs der Nederlanden en het Kampioenschap van Nederland. Naast de draf- en renbaan is Duindigt uitgerust met overdekte tribunes, panoramazalen, restaurants, bars en een business club. Deze zalen bieden vele mogelijkheden zoals het ontvangen van gasten bij de koersen. Duindigt is gemakkelijk te bereiken met auto en bus en bij de baan is er mogelijkheid om uw auto te parkeren op een grote parkeerplaats. Voor verdere informatie kunt u zich altijd wenden tot het secretariaat van Duindigt; zij zijn altijd bereid om u nader te informeren. Voor meer informatie: www.renbaanduindigt.nl

Drafcentrum Wolvega
Het Friese plaatsje Wolvega beschikt al jaren over een drafbaan. Eind 1991 is er echter een nieuwe verbeterde baan in gebruik genomen. Wolvega wordt ook wel de parel van het noorden genoemd. De nieuwe drafbaan is 1000 meter lang en is aangelegd naar het idee van de Zweedse architect Lars Sondstrom. Mede door zijn inbreng behoort Wolvega tot de snelste banen van de wereld.
Wekelijks worden er op zaterdag koersen verreden. De koersen beginnen iedere zaterdag in het jaar om 16.00 uur en hoogtepunten van het jaar zijn De Prijs der Giganten en het Kampioenschap Nederlandse Paarden. Drafcentrum Wolvega is gelegen op een fraaie locatie en beschikt over een ruime parkeergelegenheid.
Wanneer u graag een weddenschap afsluit, kunt u bij het aanwezige wedkantoor gokken op alle koersen. Tevens beschikt Wolvega over mogelijkheden voor de ontvangst van kleine en grote groepen gasten.
Het drafcentrum beschikt namelijk over een aantal zalen die verschillende mogelijkheden bieden zoals het geven van bruiloften, congressen , beurzen en concerten.
Voor informatie:www.drafcentrum-wolvega.nl

Drafcentrum PSV-Vooruit Alkmaar
Noord-Holland is van oudsher de provincie waar de drafsport enorm populair is. Centraal in Alkmaar vindt men het zogenaamde “Ovaaltje”. Zoals de bijnaam al aangeeft is het een ovaalvormige baan, waar al vanaf 1914 draverijen worden georganiseerd. Er wordt hier gedraafd op iedere maandagavond tussen eind maart en begin oktober, met uitzondering van 2e Paasdag en 2e Pinksterdag. Op deze dagen wordt er ‘s middags gestart.
Hoogtepunten van het jaar zijn het “Sprintkampioenschap van Alkmaar en Europa’s langste draverij de”4,5 kilometer van Alkmaar.
Het complex bestaat uit een ruime open tribune, een grote totohal met diverse gezellige barretjes en een sfeervolle gastensociëteit. Er zijn dus ook hier weer mogelijkheden te over om gezellig wat te eten en drinken, eventueel met een groep gasten. Het drafcentrum is heel goed te bereiken met auto en openbaar vervoer en er is genoeg parkeergelegenheid. Wanneer u nog vragen heeft kunt u natuurlijk altijd bellen op onderstaand nummer
072 - 5152085

Koninklijke Harddraverij- Renvereniging Groningen
De drafbaan Groningen voert, net als Renbaan Duindigt, het predikaat Koninklijke. Dat is niet zonder reden, want de uiterst fraai gelegen drafpiste heeft een jarenlange historie. In het Stadspark wordt gedurende de zomermaanden gekoerst.

Groningen beschikt over een stijlvolle sociëteit, van waaruit de draverijen op de 1000 meter baan uitstekend gevolgd kunnen worden. Verder is er een ruime panoramazaal en een totohal. Ook wanneer het regent kunt u gerust naar de koersen komen kijken; Stadspark Groningen beschikt namelijk over een dichte zittribune. Ook beschikt het complex over genoeg parkeerruimte. Voor meer info:www.drafbaangroningen.nl

inhoudsopgave
6 CHAMPIONS

6.1 Wedden
6.1.1 Wat is Champions?

Tot nu toe hebben we het in de brochure nog niet gehad over een heel belangrijk onderwerp van de draf- en rensport gehad: het wedden. Het wedden op paarden heeft voor miljoenen mensen over de hele wereld een onweerstaanbare aantrekkingskracht.
In Nederland organiseert een dochteronderneming van het Amerikaanse bedrijf Scientific Games onder de naam “Champions” het wedden op paarden. De totalisator heeft er geen enkel belang bij welk paard wint of verliest, omdat ze uitsluitend als tussenpersoon fungeert. Champions is alleen in het bezit van het ingezette geld tot de paarden de finish van de koers hebben bereikt. Na enkele minuten wordt de officiële uitslag bekend gemaakt en betaalt Champions na aftrek van het per spelsoort (tussen 20 en 35%) vastgestelde inhoudingspercentage aan de bezitters van de winnende tickets, de gewonnen bedragen uit.


6.1.2 Het wedden

Het zou natuurlijk saai zijn wanneer er alleen maar op de winnaar van een koers kan worden gewed. Daarom is er gezorgd voor een grote variëteit aan spelmogelijkheden die verderop in de brochure stuk voor stuk besproken worden.

Stel nu dat u goed hebt gewed, hoe krijgt u dan het u toekomende bedrag? En hoeveel is dat?
Van het totaalbedrag dat er in de koers door alle spelers samen is ingezet op die spelsoort, wordt een vast percentage van gemiddeld 30% ingehouden. Daarmee worden de diensten van Champions en de NDR betaald en daarnaast wordt een gedeelte van het ingehouden bedrag gebruikt als prijzengeld voor de diverse koersen. Het overblijvende deel, zo’n 70%, wordt verdeeld onder de spelers die de uitslag goed voorspeld hebben.


6.1.3 Waar kan ik een weddenschap afsluiten?

U kunt een weddenschap afsluiten op de banen tijdens koersdagen en bij de circa 30 officiële
Champions wedlocaties die Nederland rijk is. De wedlocaties zijn te vinden in de grote steden van het land en zijn dagelijks geopend van +/- 13.00 tot 23.00 uur. Hier kunt u op 364 dagen van het jaar (behalve 1e kerstdag) wedden op paardenkoersen. Er kunnen weddenschappen worden afgesloten op alle Nederlandse koersen en een geselecteerd aanbod van draverijen en rennen uit het buitenland.


6.1.4 Een weddenschap, maar op welk paard?

Voordat u een keuze maakt uit de diverse mogelijkheden aan weddenschappen is het interessant iets te weten over de paarden in een bepaalde koers. U kunt in korte tijd veel informatie verzamelen over alle paarden die in een koers starten. Een deel van deze informatie is te vinden op de monitoren die opgesteld staan in de wedlocaties en op de banen.

Tijdens het inzetten is namelijk op monitoren overal duidelijk te volgen wat een paard op dat moment op de wedmarkt waard is. Dit is te vergelijken met de beursnoteringen. Staat er achter een paard met startnummer 8 bijvoorbeeld 3,00, dan betekent dit dat wanneer dat paard de koers wint voor elke ingezette euro er drie worden uitbetaald. Overigens kunt u ook in de diverse dagbladen en op NOS teletekst informatie vinden over de verschillende koersen en hun deelnemers. Tevens wordt wekelijks het vakblad “Draf & Rensport” uitgegeven. Hierin vindt u behalve het officiële programma van de Nederlandse meetings ook de uitslagen van eerder gelopen koersen.
Indien al deze informatie nog niet voldoende of teveel is kunt u nog altijd uw keuze bepalen door een speldenprik in het programma.


6.1.5 De côte

De noteringen die op de monitoren staan noemt men de “cotes eventueel” (verwachte uitbetalingen). Deze cotes veranderen zo lang er inzetten worden geplaatst. De côte is het bedrag dat, per ingezette euro, zal worden uitbetaald wanneer een bepaald paard de koers wint. Ieder paard heeft een eigen cote. Hoe meer geld er op een paard wordt ingezet, hoe lager zijn côte zal zijn. Dat is logisch want als veel mensen de winnaar hebben gespeeld, zijn er dus weinig verliezers. Dit betekent dat de inzet door veel mensen wordt gedeeld.


6.1.6 Hoe worden de cotes berekend?

Voor iedere spelsoort is er een aparte pot. Na aftrek van het inhoudingspercentage worden deze potten verdeeld onder de bezitters van de winnende tickets. Zijn er veel winnaars, en dat is het geval als de favoriet wint, dan is de uitkering laag, maar wint er een outsider dan kan de uitkering zeer hoog zijn. Het ingezette geld hoeft dan onder weinig personen te worden verdeeld.


6.1.7 Kunnen de cotes en voorbeschouwingen van invloed zijn op het verloop van de koers?

Dit kan natuurlijk niet. Zoals een voetbalwedstrijd gespeeld wordt op een voetbalveld wordt een race gelopen op de baan en niet achter een loket of op een pagina van een blad. Côtes en voorbeschouwingen zijn slechts te beschouwen als hints voor het spelend publiek. De favoriet is het paard, waarvan verwacht wordt dat het wint.


6.1.8 Wat voor spelsoorten zijn er?

Bij Champions kunnen 7 verschillende weddenschappen worden afgesloten:

* ‘Winnend’ spel (W): u voorspelt de winnaar van de koers.

* ‘Plaats’ spel (P): u geeft aan welk paard op de eerste, tweede of derde plaats finisht. Deze spelsoort
kunt u spelen als er tenminste 6 paarden aan de start verschijnen.

* ‘Duo spel’ (D): u voorspelt welke twee paarden in de juiste volgorde als eerste en tweede finishen.

* ‘Trio’ spel (T): u geeft aan welke drie paarden op de eerste, tweede en derde plaats eindigen. Een
extra moeilijkheidsgraad is dat ook de juiste volgorde van de drie paarden juist moet worden
aangegeven.

* ‘Kwartet spel’(KW): u geeft aan welke vier paarden op de eerste, tweede, derde en vierde plaats
eindigen. Ook hier moet de volgorde van aankomst juist worden voorspeld. Een kwartetweddenschap
kan alleen worden afgesloten op speciale kwartetkoersen. Deze staan als zodanig vermeld in het
programma.

* ‘Dubbel Winnend’ spel (DW): u voorspelt de winnaars van twee opeenvolgende koersen, die speciaal in het
programma als zodanig staan aangegeven.


6.1.9 Hoe sluit ik een weddenschap af?

Uw weddenschap kunt u invullen op een spelformulier, verkrijgbaar op de baan of bij één van de Champions wedlocaties. Wanneer u dat gedaan heeft, levert u bij kassiers uw spelformulier in. De spelformulieren worden dan ingevoerd in de kassa, die de weddenschappen dan registreert. U kunt de weddenschap ook mondeling aan de kassier doorgeven. Deze voert de gegevens dan direct in, zodat u geen spelformulier hoeft in te vullen. Na betaling van uw inzet ontvangt u een ticket als bewijs en is de weddenschap officieel beklonken.


6.1.10 Is er kans op winst?

Er is duidelijk een kans op winst aanwezig. Uit onderzoek is gebleken dat van alle kansspelen de paardentoto het hoogste uitkeringspercentage heeft. De uitkering is soms klein, soms groot. Maar één ding is zeker; winst is winst.
Voor meer informatie over het spelen op paarden, spelsoorten en een volledige lijst van wedlocaties in Nederland verwijzen wij u graag naar de website van Champions: http://www.weddenoppaarden.nl





inhoudsopgave
Menu
Snel Zoeken


Draf   Ren    
ZOEK